Voor het derde jaar op rij drukte Thom Bonder zaterdag zijn fiets als tweede over de streep in de Veldslag om Norg. Maar waar dit jaar alles anders was, bleek dat ook in de eerste Nederlandse mountainbike marathon sinds de herstart van het seizoen zo te zijn. Waar Jasper Ockeloen de winst voor zich opeiste, Thom tweede werd en Bas Peters met een derde plaats voor een tweede podiumplek voor het Giant Liv Benelux Off-road Team zorgde, bleek de organisatie de netto-tijden als officiële uitslag te nemen. Daardoor werd juist Bas tweede en vond Thom zich plots op plaats zes terug. Gerben Mos finishte als zesde en werd vijfde.

“Het was een gegoochel met die netto tijden”, zei Thom er na afloop zelf over. “En het was sowieso al een bijzondere editie van de Veldslag van Norg.” Bas, Gerben en hij maakten er in ieder geval maar het beste van. “Al snel reden we met acht mannen weg, waar we met zijn drieën bij zaten. Er zijn veel aanvallen geweest, maar uiteindelijk werd het toch een sprint en daarin werd ik dus tweede. Met het gevoel dat ik onderweg had ben ik blij en ik heb zeker het idee dat mijn vorm er weer aan begint te komen.”

(Tekst gaat verder onder de foto)

Bas moest een beetje in de wedstrijd groeien, zo vertelt hij. “Ik had in het eerste deel van de race niet de beste benen maar kwam steeds beter in mijn ritme.” Dat was ook wel nodig, want er werd flink doorgefietst. “Vanaf de start werd er meteen hard gereden. Door de regen die in de nacht en ochtend voor de race was gevallen lagen veel paden er sompig bij, waardoor je constant aan het stoempen was. Al snel was duidelijk dat het lastig zou worden om weg te rijden in deze snelle race, dus het was wachten tot het laatste stuk singeltrack en zorgen dat ik daar goed van voren zat tot de sprint.”

Achtervolgen en sprinten
Die sprint, die zag Gerben ook aankomen. “Ik had vooraf wel verwacht dat we met een groepje naar de finish zouden rijden, maar je weet het nooit”, kijkt hij terug. “Na wacht vluchtpogingen en een valpartij van Bas reden Ockeloen en Smeenge na zestig kilometer weg. Wij moesten achtervolgen en het lukte om ze uiteindelijk terug te halen. Ik merkte dat bij mij het beste er wel af, dus probeerde ik zoveel mogelijk voor Bas en Thom op kop te rijden, want zij kunnen uiteindelijk sprinten. We bleven met zes man over in laatste vijf kilometer. Daar kon ik bij blijven, maar meer ook niet. Het gevoel was niet geweldig, maar daar kunnen we aan werken.”