Anderhalve week geleden maakten we bekend dat Tessa Neefjes zich aansluit bij het Giant Liv Benelux Off-road Team. Ze wil zich graag verder ontwikkelen op de mountainbike en heeft ook ambities in het veldrijden. Tessa is al een begenadigd strandraces en dat is iets waar we in het team nog niet vaak wat over gemeld hebben. Hoog tijd om haar dus eens aan de tand te voelen. Wat maakt strandracen nu zo anders dan andere disciplines? En wat is er zo leuk aan? “Het is veel afwisselender dan bijvoorbeeld wegwielrennen.”

Voor Tessa begon het strandracen begin 2018, zo vertelt ze er zelf over. “Toen kon ik van Salomo Bikes een strandfiets lenen en kon ik met een groep wedstrijdrijders die aan het trainen waren voor Egmond-Pier-Egmond 2018 een keer mee op het strand trainen”, doet Tessa haar verhaal. “Ik had niet verwacht dat ik het zo leuk zou vinden. Van te voren hoorde ik wel eens mensen over het strandracen, maar het leek mij altijd erg saai met alleen maar rechte stukken, et cetera. Maar toen ik het strandracen zelf ervaarde, vond ik het juist totaal niet saai. De training vond ik erg leuk om te doen en vooral de losse stukken zand gingen gelijk goed. Het leek mij dus wel erg leuk om vanaf september zelf wat strandraces te gaan rijden.”

Het bleek een schot in de roos. In haar eerste wedstrijd, Hoek van Holland-Den Helder, behaalde Tessa namelijk al bijna het podium. “Dat was een dag na de regiokampioenschappen veldrijden en ik had in de ochtend voor dat kampioenschap pas een half uur op de strandfiets gezeten. Aangezien het 135 kilometer naar Den Helder was, kon ik toen in ieder geval wel goed wennen. Ik had totaal geen idee hoe een strandrace wedstrijd zou gaan of wat ik ervan moest verwachten. Al snel kwam de befaamde zandmotor en daarna was ik alleen nog over met Riejanne Markus en Rozanne Slik. Tot halverwege bij IJmuiden waren we nog met z’n drieën, maar na de mat waar de wedstrijd even geneutraliseerd werd, kreeg ik helaas een lekke band. Hierdoor verloor ik de aansluiting met mijn groep. Dat was erg jammer, anders waarschijnlijk een podiumplek in mijn eerste strandrace gehad. Maar ik vond het wel super leuk om te doen dus het smaakte naar meer!”

Verschillende aspecten
Als er iets is waar Tessa over mee kan praten, dan is het wel de verschillen tussen disciplines op de fiets. Want waar ze zich graag op de crossfiets en mountainbike wil ontwikkelen, won ze ook al wedstrijden als strandracer én was ze in het verleden Nederlands kampioene wielrennen bij de elite zonder contract. “Wat ik zo leuk vind aan het strandracen is dat het heel veel aspecten bij elkaar heeft. Zo heb je op de stukken rechtdoor een soort wegrace element, maar bij de strand op- en afgangen, en soms ook losse stukken op het strand, zijn het ook weer technische stukken door het zand rijden. Dat lijkt dan weer meer op het veldrijden.”

(Tekst gaat verder onder de foto)

Dat is niet alles; “Daarnaast kan het strand er elke keer weer anders bij liggen. Zo lag het strand er in het Franse Duinkerke, vorig jaar bij het EK, echt mega hard bij. Daardoor was het eigenlijk bijna een wegwedstrijd. En een andere keer lag het zand er super zacht bij, waardoor je er heel erg in zakte. Of heb je heel veel op- en afgangen, waardoor je veel technische stukken door het losse zand hebt. Hierdoor ontstaan er totaal andere races. En de wind heeft vaak ook nog veel invloed. Zo hadden we in Egmond-Pier-Egmond van afgelopen jaar een erg harde wind. De terugweg reden we voor de wind, waardoor we continu tussen de 50-60 km per uur reden. Het is dus de diversiteit van het strandracen, die het voor mij zo leuk maakt!”

Sleutel tot succes
Het leuk vinden en meestrijden om de overwinningen, dat is nog wat anders. Wat is de sleutel tot succes als het gaat om een goede strandrace rijden? “Je moet een goede duur hebben om de lengte en intensiteit van de races vol te kunnen houden. Zo is Hoek van Holland-Den Helder 135 kilometer lang en deze lengte moet je wel aankunnen. Daarnaast is strandracen echt intensief. Je rijdt vaak met een erg hoge hartslag, waardoor dit veel energie vraagt. Naast de goede duur moet je op de rechte stukken power hebben om hard te kunnen rijden, zowel zowel met wind mee als tegen. Het hebben van een stukje snelheid is dus ook handig. En als laatste wordt het verschil in de wedstrijd vaak gemaakt op de technische punten. Je moet dus ook handig zijn in het losse zand en niet bang zijn om in het losse zand een afdaling van de duinen naar beneden te rijden.”

Strandracefiets
Zo’n ander type off-road rijden vraagt ook weer wat anders qua materiaal. “De strandfiets heeft ten opzichte van een mountainbike helemaal geen vering”, legt Tessa het verschil uit. “Daarnaast is de positie hoe je op een strandfiets ook wat anders dan op een mountainbike. Bij het strandracen speelt de aerodynamica een grotere rol dan bij het mountainbiken. Dus op een strandfiets zit je veel dieper dan op een mountainbike. De zitpositie is meer te vergelijken met een racefiets. Je mag bij het strandracen dan ook zelf kiezen of je met een racestuur wilt rijden of met een mountainbike stuur. Daarnaast zitten er in een mountainbike noppenbanden, waar je op het strand rijdt met banden zonder profiel, de slick banden. Zonder de noppen kun je veel makkelijker door het zand rijden. En er zit een groter verzet op een strandfiets, omdat je bij harde wind mee dus hoge snelheden kunt bereiken. De strandfiets is dus eigenlijk een combinatie van een mountainbike en racefiets.”

Rosa van Doorn en Tessa Neefjes bij een trainingsrit afgelopen weekend.