In de afgelopen jaren zagen we Bas Peters als renner van MijnBAD – Liv/Giant nog geregeld een zege meepakken in een marathon. Zo won hij onder meer drie jaar op rij de loodzware Drenthe 200. En ook internationaal staat hij nog altijd zijn mannetje. Deze coronaperiode is een mooi moment om eens terug te kijken met hem. Want wat de oudere generatie zeker weet, maar een groot aantal jonge mountainbiker wellicht niet; Bas deed onder meer al mee aan de Olympische Spelen van 2004 in Athene. “Zo’n ervaring beschrijven is erg lastig.”

Deze zomer zou alweer de vierde Olympische Spelen zijn sinds hij er aan deelnam, maar het starten op de Olympische Spelen, dat kan Bas Peters zich nog goed voor de geest halen. “Mijn deelname aan de Olympische Spelen was zeker het hoogtepunt uit mijn carrière”, zo vertelt hij. “Op de Spelen is alles groter en krijgen sporten, zoals ook het mountainbiken, meer aandacht. Ook het olympische dorp maakte destijds veel indruk op me. Zo zat ik op een dag in de ochtend te ontbijten tussen de Amerikaanse basketballers en stond ik ’s avonds naast Dennis van der Geest. Dat zijn toch kerels waar je letterlijk en figuurlijk tegenop kijkt.”

“De rit van de WK marathon in Lugano wil ik zeker nog eens een keer gaan rijden”

Met een dertiende plaats in de cross country wedstrijd keerde Bas huiswaarts uit Athene. De winst ging er naar Julien Absalon, waar Bart Brentjens het brons veroverde. Een jaar eerder had Bas al een ander evenement gereden dat voor hem naast de olympische deelname misschien wel het hoogtepunt was. “Ik denk dat mijn eerste WK marathon, in 2003 in Lugano in Zwitserland, de mooiste wedstrijd is die ik gereden heb. Hoeveel kilometer we precies reden weet ik niet. Het zal ergens rond de 90 kilometer zijn geweest. Maar het waren alleen maar mooie trails, bergop en beraf. Die rit wil ik zeker nog eens een keer gaan rijden.”

(Tekst gaat verder onder de foto)

Het mountainbiken was toen Bas begon een sport die nog veel kleiner was en aan een opmars bezig was. Zelf kwam hij ermee in aanraking, zoals dat bij velen gaat, door zijn vader. “Mijn vader liep in die tijd marathons, maar kreeg last van een blessure”, vertelt Bas. “Daardoor kon hij een tijdlang niet hardlopen. Om toch in training te blijven ging hij mountainbiken. Al snel werd ook mijn interesse gewekt door die toen nog een beetje vreemde fiets met dat rechte stuur. Het crossen door de bossen vond ik al snel geweldig om te doen.”

“Al snel werd ook mijn interesse gewekt door die toen nog een beetje vreemde fiets met dat rechte stuur”

Bas zag ‘die vreemde fiets’ zich door de jaren ontwikkelen. “In de olympische race reed ik nog op een aluminium hardtail met 26inch wielen, velgremmen , 2 voorbladen en een 9 speed cassette, 54 centimeter breed (smal) stuur. De fietsen hebben een enorme ontwikkeling doorgemaakt in die jaren. De Giant Anthem 29er die ik nu voor mijn races gebruik heeft een full carbon frame, 29 inch wielen, voor- en achtervering, een breder stuur, schijfremmen en een 1×12 speed groep.”

(Tekst gaat verder onder de foto)

En het materiaal is ook zeker niet het enige dat anders werd. “Op cross country gebied is er erg veel veranderd. De wedstrijd parcoursen zijn korter en technischer geworden, ook is de wedstrijdduur teruggebracht naar 90 minuten. Ik weet nog goed dat mijn eerste World Cup’s cross country soms wel bijna drie uur duurden. De marathon en meerdaagse evenementen zijn ook populairder geworden. Daar komen steeds meer deelnemers op af en het aantal wedstrijden is ook flink toegenomen.”

“Ik kan me momenteel niet voorstellen dat ik helemaal niet meer fiets”

Een geheim waarom hij op bijna 42-jarige leeftijd nog altijd met de beste elite renners meestrijd? “Haha, het antwoord op die vraag kan ik natuurlijk niet geven, want dan is het geen geheim meer.” Het plezier is er in ieder geval een heel groot onderdeel van. “Ik kan me momenteel niet voorstellen dat ik helemaal niet meer fiets, waarschijnlijk zal ik ook altijd wel blijven mountainbiken. Maar er zal wel een keer een moment komen dat het wat minder zal worden. Wanneer, hoe en wat zal de toekomst uitwijzen. Als ik bijvoorbeeld terugkijk dan was mijn vijfde plaats op de WK in 2003 in Lugano iets waar ik trots op ben, maar ook nu nog kan ik trots zijn op een mooie prestatie.”